Gft, plastic en restafval zijn in veel keukens de drie belangrijkste stromen. Ze ontstaan tijdens koken, eten en opruimen. Een prullenbak met 3 vakken sluit daar goed op aan. Toch werkt deze indeling alleen fijn als je de vakken logisch verdeelt en rekening houdt met geur, volume en legen.
Waarom deze drie stromen handig zijn
Gft ontstaat vaak direct op het aanrecht. Denk aan schillen, koffiedik, theezakjes en etensresten. Plastic en verpakkingen komen vrij bij boodschappen uitpakken en koken. Restafval blijft over voor alles wat niet schoon of recyclebaar is. Door deze drie stromen naast elkaar te verzamelen, hoef je minder te twijfelen tijdens het weggooien.
Papier lijkt ook een logische stroom, maar in de keuken is papier vaak minder dominant. Bovendien blijft papier droog en kan het prima in een aparte bak in de gang, werkkamer of berging. In de keuken wil je vooral de afvalstromen dichtbij hebben die vies, nat of volumineus zijn.
Geef gft niet automatisch het grootste vak
Gft voelt belangrijk, maar hoeft meestal geen groot vak te hebben. Juist omdat gft kan ruiken, wil je het vaker legen. Een kleiner gft vak stimuleert dat vanzelf. Kies een vak dat makkelijk uit te nemen is en goed schoon te maken valt. Een hengsel is handig, omdat nat gft zwaarder kan worden dan je verwacht.
Leg eventueel een stukje keukenpapier onderin. Dat neemt vocht op. Gooi geen vloeistoffen in het gft vak. Laat natte etensresten even uitlekken voordat ze in de bak gaan. Zo blijft de prullenbak met 3 vakken frisser.
Plastic vraagt vooral volume
Plastic verpakkingen zijn meestal licht, maar nemen veel ruimte in. Een chipszak, bakje, foliewikkel en drinkpak vullen samen snel een vak. Druk verpakkingen plat waar dat kan. Doe doppen terug op lege flessen als dat past bij je lokale inzameling. Zo benut je het vak beter.
Een groter plastic vak is vaak praktischer dan een groot gft vak. Zeker bij gezinnen of mensen die veel verpakte boodschappen kopen. Let wel op vervuilde verpakkingen. Een sausbakje met resten kan gaan ruiken. Schraap het leeg voordat het in het plastic vak gaat.
Restafval als vangnet
Restafval wordt snel het vak voor twijfelgevallen. Dat is niet erg, maar het mag geen excuus worden om alles daarin te gooien. Houd restafval voor vervuild materiaal, kapotte kleine spullen die niet apart ingezameld worden en afval dat nergens anders thuishoort. Een duidelijke indeling voorkomt dat het restvak onnodig snel vol raakt.
Bij een prullenbak 3 vakken is het handig als het restafvalvak goed sluit. Juist daar belanden vaak gemengde resten. Een stevige zak en een gladde binnenemmer maken legen makkelijker.
Gebruik simpele labels
Zelfs als jij de indeling logisch vindt, geldt dat niet altijd voor huisgenoten of bezoek. Labels maken verschil. Gebruik korte woorden: gft, plastic en restafval. Wil je het netter houden, kies dan kleine stickers aan de binnenkant van de klep. Zo blijft de buitenkant rustig.
Kleurcodes kunnen ook helpen. Groen voor gft, oranje of geel voor plastic en grijs voor restafval zijn herkenbaar. Het doel is niet dat de prullenbak kinderachtig oogt. Het doel is dat afval snel in het juiste vak belandt.
Zoek je een model dat deze indeling goed ondersteunt, bekijk dan onze vergelijking van de prullenbak met 3 vakken. Let vooral op de verhouding tussen de vakken, want gft, plastic en restafval vragen niet dezelfde inhoud.
Pas de indeling aan je woonplaats aan
Afvalregels verschillen per gemeente. Soms mag een bepaalde verpakking wel bij plastic, soms niet. Soms wordt gft streng gecontroleerd. Check daarom je lokale regels en stem de labels daarop af. Een prullenbak met 3 vakken is flexibel genoeg om mee te bewegen. Vandaag gebruik je de vakken voor gft, plastic en restafval. Als je situatie verandert, kun je één vak net zo makkelijk aan papier of glas geven.
