RVS koekenpan voor vlees bakken: zo krijg je korst
Een RVS koekenpan is een van de fijnste pannen voor vlees. Juist doordat er geen antiaanbaklaag tussen het vlees en het staal zit, krijg je krachtige hitte en mooie bruining. Die bruine korst zorgt voor geur, smaak en structuur. Toch gaat het soms mis. Vlees laat vocht los, plakt vast of wordt grijs in plaats van bruin. Met de juiste voorbereiding voorkom je dat.
Laat vlees op temperatuur komen
Koud vlees uit de koelkast koelt de pan sterk af. Daardoor verdampt vocht minder snel en kan het vlees gaan sudderen. Haal vlees daarom op tijd uit de koelkast. Het hoeft niet uren op het aanrecht te liggen, maar een korte rust helpt al. Dep het daarna goed droog met keukenpapier. Droog oppervlak geeft sneller bruining.
Zout slim
Zout trekt vocht aan. Je kunt vlees ruim van tevoren zouten, zodat het vocht weer deels wordt opgenomen. Heb je weinig tijd, zout dan vlak voordat het vlees de pan in gaat. Zout je tien minuten vooraf, dan ligt er vaak net een vochtlaagje op het oppervlak. Dat werkt bruining tegen. Peper kan sneller verbranden bij hoge hitte. Voeg die eventueel later toe.
Verwarm de RVS koekenpan goed
Voor vlees mag de pan stevig warm zijn. Verwarm hem op middelhoog tot hoog vuur, maar laat hem niet leeg roken. Test eventueel met een druppel water. Zodra de pan warm genoeg is, voeg je olie toe. De olie moet glanzen, niet walmen. Leg het vlees vervolgens van je af in de pan. Zo voorkom je spatten richting je hand.
Geef vlees ruimte
Een volle pan koelt af. Bovendien komt er veel vocht vrij. Dan krijg je geen korst, maar stoom. Bak liever in twee rondes als je veel vlees hebt. Laat ruimte tussen de stukken. Vooral bij kipblokjes, biefstukreepjes of gehaktballen maakt dat veel verschil. De pan houdt zijn temperatuur beter vast en het vlees kleurt gelijkmatiger.
Niet te snel draaien
Vlees dat net in de pan ligt, kan vastplakken. Dat is normaal. Zodra de korst gevormd is, laat het vaak vanzelf los. Probeer dus niet meteen te draaien. Gebruik een tang of dunne spatel en voel rustig. Komt het vlees niet los, geef het nog even. Dwing je het los, dan blijft de beste korst aan de pan hangen.
Maak gebruik van aanbaksels
Na het bakken zie je bruine deeltjes op de bodem. Dat is geen afval, maar smaak. Haal het vlees uit de pan en laat het rusten. Voeg daarna een klein scheutje vocht toe. Roer de bodem los en maak een simpele saus met bouillon, room, mosterd of citroen. Dit is een van de grootste voordelen van RVS tegenover een pan met coating.
Kies een pan met voldoende massa
Voor vlees is een stevige bodem belangrijk. Die houdt warmte vast wanneer je een koud stuk vlees toevoegt. Een lichte pan kan sneller terugvallen in temperatuur. Wil je gericht zoeken naar een pan die goed past bij vlees bakken, bekijk dan de koopgids voor de beste RVS koekenpan. Daar letten wij onder meer op bodemopbouw, formaat en warmteverdeling.
Laat vlees rusten
Een mooie korst is pas het begin. Leg het vlees na het bakken op een bord of plank en laat het kort rusten. De sappen verdelen zich beter, waardoor het vlees malser blijft. Snijd je direct, dan loopt veel vocht weg. Serveer daarna met de saus uit de pan en je haalt alles uit de RVS koekenpan.






